5. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

31-12-2017

01-01-2017

31-12-2016

Vorderingen op openbare lichamen

24,8

20,9

20,9

Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden

-

-

-

Overige verstrekte kasgeldleningen

1,4

1,3

1,3

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar

-

-

-

Rekening-courantverhouding met het Rijk

-

-

-

Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen

1,2

2,6

2,6

Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd < 1 jaar

-

-

-

Overige vorderingen

5,1

5,2

5,2

Overige uitzettingen

36,2

28,7

28,7

68,7

58,7

58,7

Vorderingen op openbare lichamen bestaan voornamelijk uit een vordering op de belastingdienst van ruim € 19,9 miljoen. (2016: € 20,1 miljoen) in het kader van het BTW-compensatiefonds (BCF) en reguliere BTW-aangifte. Daarnaast hebben in 2017 een afrekening BTW Stadskantoor opgenomen van € 4,2 miljoen (2016: € 0 miljoen). Onder de overige vorderingen zijn de belastingdebiteuren voor € 5,6 mln. (2016: € 5,7 miljoen) opgenomen. Het totaal aan voorziening oninbaarheid onder de overige vorderingen bedraagt €  0,6 miljoen (2016: € 0,5 miljoen).
De overige uitzettingen bevatten de debiteuren ten bedragen van € 36,1 miljoen (2106: 28,7 miljoen). Op het saldo van de debiteuren is een bedrag van € 8,7 miljoen (2016: € 9,2 miljoen) uit hoofde van voorzichtigheid voor oninbaarheid in mindering gebracht.