Wat wilden we bereiken?

In de Ruimtelijke Structuur Visie (RSV) is vastgesteld om van de compacte, complete en contrastrijke stad ook nadrukkelijk een duurzame stad te maken in de zin van:

  1. Een zo natuurlijk mogelijke stad met specifieke aandacht voor gezondheid en hinder en respect voor natuur en landschap. Duurzaam bouwen is hiervan een onderdeel.

  2. Met intensief/flexibel ruimtegebruik in de hoogstedelijke, dynamische gebieden (stedelijke ruggengraat) in balans met laagdynamische (woon-) gebieden waar laagbouw, ruimte, groen en water de boventoon voeren.

  3. Een goede balans tussen verkeren en verblijven door verkorting afstanden tussen wonen, werken en recreëren met terugdringen van autogebruik ten voordele van voetganger en fiets.

  4. Zorgvuldig grondgebruik en bevordering van functiemenging. Functiescheiding alleen bij milieuoverlast. In compacte stedelijke milieus met veel functiemenging is een hogere milieudruk acceptabel onder voorwaarden.

  5. Inspelen op de klimaatverandering door versterking van de robuustheid van het water- en bodemsysteem; vergroten veerkracht van beken en rivieren; tegengaan verdroging door langer vasthouden van water (retentiegebieden) e.d..

  6. Een klimaatneutrale stad met een integraal grondstoffenbeleid (inclusief zuinig ontwerpen /aanleggen/inrichten en beheren). Op stedelijk niveau ruimte reserveren voor o.a. windmolens, warmte-koude-opslagen e.d.. Binnen ontwikkelingslocaties rekening houden met opwarming door groen/blauwe dooradering, groene daken, schaduwvorming etc.

  7. Een zorgvuldig ruimtegebruik naar hinder (lawaai verkeer, industrie, recreatie), lucht, geur en veiligheid (bedrijven en transportassen). Met slimme ontwerpen e.d. milieubelasting en gevaar terugdringen van zowel de autonome groei als de intensivering langs de hoofdinfrastructuur.

Al deze facetten moeten tijdig en integraal in alle stadia van ontwikkelings- en her-structureringsprojecten worden afgewogen en van plan naar ontwerp en uitvoering/ beheer worden gebracht/aangestuurd. Verbetering van dit traject blijft continue de aandacht vragen.
Vanuit de stad (wijkraden, burgers, intermediairs) komen er steeds meer initiatieven om inspraak te leveren, plannen ter hand te nemen of verbeteringen door te voeren op tal van fronten van ruimtelijke ordening, infrastructuur, natuur en landschap. Dit betreft vele initiatieven op het gebied van energie zoals met windmolens/zonneparken/panelen, duurzame mobiliteit, met water zoals groene daken, maar ook met meer omvangrijke initiatieven zoals de ontwikkeling van Tramkade (complex De Heus) en projecten met (collectief) particulier opdrachtgeverschap – Jan Sluijtersstraat, Boschveld–. Ook diverse initiatieven met betrekking tot overlast en hinder zoals door de wijkraad Noord over geluids- en luchtoverlast van infra, van de actiegroep Goederentreinen, Nee tegen de herroutering van het goederenvervoer over ’s-Hertogenbosch en de aanpak door Bewonersradenoverleg Rosmalen ter zake trillingen en geluid bij de aanpassing van het spoor ten gevolge van de omlegging van de Zuid-Willemsvaart horen hier toe. In lijn met het bestuursakkoord Aan de slag wordt met en tussen de mensen kennis en kunde aangeboden.

Wat hebben we ervoor gedaan?

Status
Output indicator
Toelichting