Wonen & verduurzaming

De woningbouw heeft zich na de crisisjaren weer volledig hersteld. Waar het aantal nieuwbouw woningen in 2016 met ruim 850 al flink boven het niveau van de jaren ervoor lag, is daar in 2017 een schep bovenop gekomen. Het afgelopen jaar zijn ruim 1.000 nieuwe woningen gebouwd. Een aanzienlijk deel daarvan is sociale en middel dure huur. Met dit aantal zijn we boven de ambitie uitgekomen die wij ons in de Woonagenda 2017-2018 hebben gesteld. Voor 2018 verwachten we dat er weer veel nieuwe woningen bijkomen. Op zichzelf is dit goed nieuws voor mensen die een woning zoeken binnen onze gemeente. Maar het is in onze ogen niet genoeg. De druk op de Bossche woningmarkt is nog altijd hoog. En de nood onder bepaalde groepen woningzoekers is groot. Vooral middengroepen hebben het steeds moeilijker op de woningmarkt als gevolg van stijgende prijzen van koopwoningen en een gebrek aan middel dure huurwoningen. We werkten daarom in 2017 onverminderd door aan het verbeteren van de kansen op een woning voor (lage) middeninkomens. En we zetten ons in voor nieuwe woon(zorg)vormen, projecten waarbij gezamenlijk wordt gebouwd (CPO) en verduurzaming.
In de Woonagenda hebben we vier opgaven benoemd waarover wij prestatieafspraken hebben gemaakt met corporaties en het Stedelijk Huurdersplatform. De versnelling van de woningproductie en het slim programmeren van nieuwe woonmilieus is er daar één van. Het betaalbaar en bereikbaar wonen hebben wij eveneens benoemd als opgave. Net als de verduurzaming van bestaande woningen en het vitaal houden van wijken. Met het oog op het belang van een inclusieve samenleving is er bovendien een opgave om voor voldoende passend woonzorgaanbod te zorgen.
Om ook in de toekomst voldoende te kunnen bouwen, zijn nieuwe locaties nodig. Hier hebben wij in 2017 onderzoek naar gedaan. We keken vooral naar kansrijke locaties in de stad. Op die plekken is het weliswaar moeilijker om woningen te bouwen, maar tegelijk zorgen ze voor een compacte én complete stad voor verschillende doelgroepen. Denk aan locaties in de Spoorzone, rondom station Oost, de Meerendonk en bij de Rompert.

Verduurzaming van bestaande en nieuwe woningen vormt één van de prioriteiten binnen ons milieubeleid. Binnen de Woonagenda 2017-2018 hebben we hier invulling aan gegeven door onder meer in te zetten op de bouw en renovatie van 200 Nul-op-de-Meter (NoM) woningen. Waar het gaat om nieuwbouwprojecten hebben we afspraken gemaakt met corporaties en marktpartijen over duurzaam bouwen. In 2017 startte bovendien de subsidieregeling voor inwoners die hun huis naar NoM willen verbouwen. Tevens maakten we voor een aantal particuliere kavels afspraken over NoM.

In 2017 hebben we nog steviger de regie gepakt waar het gaat om de aanpak van woonoverlast. Selectieve woningtoewijzing in bepaalde wijken vormt daarvoor één van de instrumenten. Dit is mogelijk geworden op basis van de herziene huisvestingsverordening. Met corporaties spraken we bovendien af dat zij zich blijvend inzetten op het voorkomen of aanpakken van (zware) overlast en woonfraude en het signaleren van (ingewikkelde) problematiek. En dat we in het geval van zwaar overlastgevende huishoudens zoeken naar alternatieve huisvestingsmogelijkheden.

Het afgelopen jaar hebben we de lang slepende discussie over de woonboten aan de Ertveldplas kunnen afsluiten. De 22 aanwezige woonboten met een tijdelijk huurcontract worden ingedikt op basis van persoonsgebonden overgangsrecht. Ook is inmiddels de van Veldekekade aangewezen als woonbootlocatie, zodat de bewoners van de Ertveldplas de mogelijkheid hebben om naar die locatie te verhuizen.

Ons streven is dat mensen met een zorg of begeleidingsvraag vaker ‘gewoon’ in de wijk wonen. Zij zijn er met het oog op hun welzijn het meest bij gebaat zo zelfstandig mogelijk te wonen. En kunnen hierdoor beter naar vermogen deelnemen aan de samenleving. Samen met partners hebben we daarom afspraken gemaakt dat kwetsbare groepen een goed thuis vinden. Gezamenlijk hebben we voor mensen die uitstromen uit instellingen gewerkt aan het realiseren van meer tussenvormen tussen het wonen in een instelling en zelfstandig wonen. Nieuwe kleinschalige woonzorgintiatieven als De Wissel in Rosmalen en Badeloch in Kruiskamp zijn daar voorbeelden van. In 2017 realiseerden we bovendien 146 tijdelijke kamers in de Zuiderschans, bestemd voor zowel studenten als jongeren met beperkte of lichte begeleiding.

De vergrijzing in ‘s-Hertogenbosch heeft in 2017 eveneens onze aandacht gekregen. In bepaalde gebieden in onze gemeente doet deze zich meer dan gemiddeld voor. Dit is bijvoorbeeld het geval rondom de Helftheuvel. Hier hebben we met corporaties, zorginstellingen en ouderen zelf stappen gezet om scherper in beeld te krijgen wat er aan voorzieningen nodig is om dit gebied leefbaar te houden. Denk bijvoorbeeld aan een integraal zorgteam en extra conciërges. Ook huiskamerprojecten zijn daarbij uitdrukkelijk in beeld. Deze laagdrempelige inloopvoorzieningen zijn van onschatbare waarde. Inwoners kunnen elkaar hier ontmoeten in de directe woonomgeving. Huiskamerprojecten vormen voor velen een uitkomst, niet in de laatste plaats voor sommige mensen die gevoelens van eenzaamheid hebben. Het afgelopen jaar hebben we daarom steun gegeven aan verschillende bestaande én nieuwe huiskamerinitiatieven binnen onze gemeente.

Ons streven is om inwoners makkelijker hun weg te laten vinden voor hulp en advies op het gebied van zorg, welzijn, werk, inkomen en participatie. In 2017 hebben we daarom gewerkt aan de realisatie van zes wijkpunten, een centraal telefoonnummer en een verbeterde website. De wijkpunten worden ook de in- en uitvalsbasis van de zorgmedewerkers. Per stadsdeel gaat het om ongeveer 70 medewerkers van verschillende organisaties. Zij zijn werkzaam bij MEE, Juvans, Divers, GGD en gemeente. Ook gaat het om werkers uit de tweede lijn van het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg (CVTB) en de ambulante werkers (onder meer de FACT-teams) van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Samen werken op één plek maakt onderlinge afstemming en aanspreekbaarheid tussen de werkers vanzelfsprekender. Daarmee ontvangen inwoners zoveel mogelijk op één plek de hulp en het advies die zij nodig hebben. En zorgen we ervoor dat de eventuele verdere benodigde hulp snel aangesloten is.

Uit onderzoek dat we in 2017 hebben uitgevoerd, blijkt dat inwoners die een beroep moeten doen op de Wmo over het algemeen tevreden zijn over de ondersteuning die zij krijgen. Dat zelfde geldt voor ouders en jongeren over de kwaliteit van de jeugdhulp. Desondanks blijven we indringend vinger aan de pols houden. Inwoners die hulp nodig hebben, moeten deze ook snel en op een voor hen zo veel als mogelijk passende manier krijgen. Daarin zijn nog verbeteringen mogelijk. Het afgelopen jaar maakten we daar dan ook werk van. Bijvoorbeeld waar het gaat om verwarde personen. Per half april 2017 is een psycholance beschikbaar voor de gemeenten in de Meierij. Hierdoor krijgen verwarde personen sneller passende zorg en het juiste vervoer. Waar het gaat om de jeugdhulp is meestal sprake van een goed aanbod. Maar we zien ook dat er mismatches zijn tussen de vraag en het bestaande aanbod. Daardoor krijgen jongeren niet altijd de hulp krijgen die nodig en gewenst is. Met de extra middelen die zijn vrijgemaakt door de raden van alle 16 regiogemeenten hebben we in 2017 stappen gezet om de door ons beoogde en noodzakelijke transformatie daadwerkelijk te laten plaatsvinden. Zo werken we samen met jeugdhulpaanbieders aan kortere wachttijden. En aan beter passende en beschikbare hulp voor jeugdigen dichtbij hun woonplaats. Bovendien dragen onze inspanningen bij aan het in de toekomst betaalbaar en beschikbaar houden van jeugdhulp.